Verkennend onderzoek naar de hulpvragen en behoeftes onder de naoorlogse generatie. Staatssecretaris Van Ooijen (VWS) biedt de Tweede Kamer het convenant Vindbaar en toereikend aanbod van ondersteuning voor de tweede generatie oorlogsgetroffenen aan.
Uit dit onderzoek komt ook de vraag naar voren op welke wijze de specifieke problematiek, en passende dienst- en hulpverlening aan de naoorlogse generatie, zich verhoudt tot anderen die (in)direct oorlogservaringen hebben. Ook is er nog weinig bekend over de wensen en behoeftes onder Sinti en Roma en onder kinderen van ouders actief in het voormalig verzet. Ook voor personen met een Indisch-Molukse achtergrond is in wetenschappelijke studies weinig aandacht.
Verschillen tussen en binnen de groepen met betrekking tot wensen en behoeftes en passende dienst- en hulpverlening zouden ook systematischer onderzoek verdienen. Daarnaast is er nog niet veel onderzoek gedaan naar de invulling en ervaringen onder de derde generatie, een kwestie die ook de tweede generatie bezighoudt.
Dit onderzoek is verkennend van aard en kan slechts de oppervlakte van de ervaringen van de naoorlogse generatie in kaart brengen. Hierdoor zijn er nog veel onbeantwoorde vragen over de precieze uitwerking van de bevindingen. Ook zijn mogelijk niet alle aspecten over de vragen, wensen en behoeftes onder de naoorlogse generatie aan bod gekomen en hebben wij ons in dit onderzoek vooral gericht op algemene patronen die we terugzagen onder verschillende groepen binnen de naoorlogse generatie.
We hebben daarbij een aantal lacunes in de huidige dienst- en hulpverlening en kennis rondom de ervaringen, wensen en behoeftes van de naoorlogse generatie geïdentificeerd. Allereerst is er de beschikbaarheid van specifieke dienst- en hulpverlening. Zo concentreert de dienst- en hulpverlening zich veelal op enkele plekken en is landelijke dekking als het gaat om specifiek maatschappelijk werk een uitdaging.
Verder is er weinig bekend over de andere kant van de medaille; wat draagt bij aan het welbevinden en de veerkracht van de naoorlogse generatie? Dit onderzoek zou mogelijk ook informatief kunnen zijn om beter te kunnen duiden welke factoren modereren in de impact die oorlogservaringen hebben: wat maakt het dat sommigen geen last hebben of grote problemen ervaren? Hoe komt het dat ondanks traumatische ervaringen zij tot een zekere leeftijd zich goed kunnen redden of functioneren? Hoe kunnen we hun veerkracht verklaren en versterken?
Ook spreken onderzoek deelnemers over een tekort aan informele groepen voor de naoorlogse generatie en over lange wachtlijsten in de specifieke tweedelijns zorg. Daarnaast spraken maatschappelijk werkers en enkele onderzoek deelnemers over de behoefte aan een vorm van begeleiding tussen specifiek maatschappelijk werk en tweedelijns psychische zorg.
In aansluiting hierop ontbreekt op dit moment vroeg signalering en valt er nog te investeren in laagdrempelige sociaal-culturele en informatiebijeenkomsten die mogelijk een preventieve werking hebben. Op die manier kunnen personen uit de naoorlogse generatie mogelijk al vroeg een vorm van (h)erkenning ervaren of weten waar ze mogelijk terecht kunnen mocht het misgaan. Op die manier kan wellicht al een eerste drempel geslecht worden, of een eerste vorm van (h)erkenning plaatsvinden.
Er is daarnaast ook nog veel onbekend als het gaat om de naoorlogse generatie. Zo is er onder de onderzoek deelnemers een duidelijke behoefte aan specifieke dienst- en hulpverlening en wordt er veel gesproken over de specifieke inkleuring van de problematiek, maar wat deze precies inhoudt (welke inkleuring), de werkwijzen in de praktijk en wat wel of niet werkt is nog grotendeels onbekend. Wat is bijvoorbeeld de waarde van artistieke, sociaal-culturele activiteiten en identiteitsvormende activiteiten? (zie voor een uitzondering Kompan Erzar, 2017). Hiertoe zou een uitgebreider en een meer (participatief) observatief onderzoek op zijn plaats zijn. Daarbij zou ook in het onderzoek aandacht kunnen zijn voor de samenhang tussen dienst- en hulpverlening, omdat onderzoek deelnemers aangeven hier vaak parallel gebruik van te maken. Dit onderzoek laat verder open hoe precies tegemoet gekomen kan worden aan de behoeftes en vragen onder de naoorlogse generatie, zoals in de frequentie, duur of specifieke invulling van de activiteiten en dienst- en hulpverlening. Dit zijn vragen die samen met de naoorlogse generatie nadere duiding behoeven. Ten slotte komen we tot een aantal aanbevelingen, die, gezien de verkennende aard van het onderzoek, een eerste aanzet tot verdere uitwerking zijn:
- Investeer in laagdrempelige, toegankelijke activiteiten en bijeenkomsten vanuit informatie en interesse die inzetten op veerkracht en positieve waardering om zo de zichtbaarheid en preventieve werking van activiteiten te vergroten en tegemoet te komen aan behoeftes. Betrek hierbij de doelgroep.
- Denk na over een aantrekkelijk, goedwerkend, overkoepelend platform die goed vindbaar is en betrek hierbij personen uit de naoorlogse generatie.
- Overweeg een aanbod van scholing, bijscholing en certificering of aantekening voor de naoorlogse generatie voor betrokken beroepsgroepen. Dit kan mogelijk ook bijdragen aan vroegsignalering en een preventieve werking hebben. Ook is het wellicht aan te bevelen te kijken naar mogelijke aanknopingspunten wat betreft de oorlogservaringen van andere groepen om ze de kennisoverdracht te verbreden en verbinden. Ook het reguliere onderwijs kan aanknopingspunten bieden om een eerste bewustzijn te ontwikkelen over de ervaringen van naoorlogse generaties. Zo valt te denken aan een lespakket voor het middelbaar of hoger onderwijs.
- Het is aan te bevelen om mogelijke scenario’s voor landelijke dekking na te gaan, bijvoorbeeld door te kijken naar mogelijkheden voor samenwerking of bij- en nascholing.
- Er is behoefte aan verder onderzoek naar veerkracht, modererende factoren, specifieke inkleuring en behoeftes en naar mogelijke overdracht op de volgende generaties. Daarbij kan er ook aanvullend onderzoek zijn naar welke invulling nu precies onderscheidend is, hoe dit in de praktijk bewerkstelligd kan worden en wat dit betekent voor werkwijzen, kennis en competenties met name ook met het oog op eventuele aansluiting en samenwerking in de reguliere zorg.
Het rapport is een bijlagen van:
Kamerbrief over convenant Vindbaar en toereikend aanbod van ondersteuning voor de tweede generatie oorlogsgetroffenen
Kamerstuk | 08-06-2022
Staatssecretaris Van Ooijen (VWS) biedt de Tweede Kamer het convenant Vindbaar en toereikend aanbod van ondersteuning voor de tweede generatie oorlogsgetroffenen aan.